THERAPIE UUR E.S.
Wat kunnen we nog doen roept hij, gehaast
we hebben nog maar één kwartier.
Hij buigt zijn lange zacht-bemoste kopje over
een polsje als een pijp-kruik steel
('t is zwaar geboeid door een horloge-band met schakels)
't brilletje zakt wat scheef, hij drukt het met een vinger
weer op de zachte glooiing van zijn neus.
Hij grijpt heel zakelijk en ook bezeten
papier, een potlood - en probeert het even -
en maakt een steigerende olifant
die bomen afrukt, hutten heeft vertrapt
en dan, hij kijkt me even aan over zijn bril
met een fatale blik, een neger, die in 45 graden
vooroverhelt en schiet en schiet en schiet.
De olifant is nu behaard met pijlen,
zijn borst, zijn flanken en zijn staart.
Zijn slurf nog niet.
Zijn slurf bijna. Weer kijkt hij op,
die slurf werd bijna ook getroffen, zegt hij ijl,
tekent een pijl met veren, vlak ernaast.
Die slurf maar niet, dat is te zielig zegt hij.
Maar kijkt u maar: wèl haast.
M. Vasalis
(Uit ‘De oude kustlijn’, 2002, Erven M. Vasalis, Uitgeverij G.A. van Oorschot, Amsterdam.)